Vlaams Overlegorgaan inzake Wetenschappelijk Bibliotheekwerk vzw
Missie Samenwerking Elektron

Projecten
AUTEURSRECHT
Nuttige links
Beheersvennootschap
Beschermingsduur
Glossarium
Stappenplan
Wat mag?
Wat mag niet?
FAQ databanken
Externe FAQ-lijsten
VOWB-FAQ voor:
bibliothecarissen
studenten
wetensch. auteurs
Version franÁaise
Folder - AVM
DISCLAIMER


.: Naar VOWB-homepage:.
Lopende Projecten: Auteursrecht in wetenschappelijke bibliotheken

 
glossarium

 

Via onderstaande alfabetische verklarende woordenlijst (27 lemma's) worden summier de belangrijkste begrippen uit de context 'auteursrecht en naburige rechten' verklaard of toegelicht. Meer uitgebreide informatie rond deze en andere auteursrechterlijke aspecten kan u terugvinden via de andere auteursrechtenpagina's op deze website, in het bijzonder via de 'nuttige links'.

Sommige woorden uit de verklarende teksten worden in het rood aangeduid. Dit betekent dat zij elders op deze webpagina als aparte term in het glossarium zijn opgenomen.

Indien letterlijk geciteerd wordt uit de gecoördineerde versie van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005 wordt dit cursief weergegeven. Dit document kan u eveneens via de 'nuttige links' downloaden.


 
Auteur
Auteursrecht
Auteurswerk
Beschermingstermijn
Belgische auteurswet
Billijke vergoeding
Bloemlezing
Citaatrecht
Copyleft
Creative Commons
Databankbescherming
Distributierecht
Driestappentest
Dwanglicentie
Exploitatierecht
Intellectuele eigendomsrechten
Kosteloze uitvoering
Linking
Morele rechten
Naburige rechten
Portretrecht
Publiek mededelingsrecht
Publiek uitleenrecht
Reproductierecht
Reprografieregeling
Uitzonderingen
Vergoeding
Vermogensrecht

 

auteur
De oorspronkelijke auteursrechthebbende is de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd. Deze is, tenzij het tegendeel is bewezen, diegene wiens naam of letterwoord waarmee hij/zij te identificeren is als dusdanig op het werk wordt vermeld (art.6 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
Auteurs kunnen zowel personen (auteursvermelding) als rechtspersonen (bvb. de werkgever) zijn. Voor werken gemaakt in opdracht blijft de uitvoerende auteur de auteursrechthebbende, behalve wanneer de opdrachtgever het ontwerp bedacht én het werk onder zijn/haar leiding en toezicht tot stand kwam. Eventuele bepalingen uit het arbeidscontract spelen ook.
Indien de auteur niet gekend is, of wanneer het werk onder pseudoniem werd uitgegeven, berust het auteursrecht bij de uitgever.
Een werk kan verschillende (mede)auteurs hebben (m/v): (script)schrijver, tekenaar, fotograaf, regisseur, camera- en geluidsman, songschrijver, componist, ... Zij hebben elk het recht om hun bijdrage afzonderlijk te exploiteren voor zover die exploitatie het gemeenschappelijk auteurswerk niet in het gedrang brengt.
Een vertaler is de auteur van zijn/haar vertaalwerk, en verwerft auteursrecht op die vertaling indien deze origineel is.
Een bewerker van een origineel auteurswerk wordt auteur indien bewezen kan worden dat deze een persoonlijke stempel op de bewerking heeft gedrukt en het werk hierdoor een origineel, persoonlijk karakter vertoont.
Naast de 'makers' van auteurswerken zijn er vaak ook nog uitvoerende kunstenaars en producenten (muziek, radio, televisie, film, ...) betrokken partij. Hun rechten worden geregeld door zogeheten naburige rechten.

 

auteursrecht

Het recht van de maker van een oorspronkelijk / origineel werk om dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Zulke werken worden auteursrechterlijk beschermd wanneer ze een concrete vorm hebben (hoorbaar of zichtbaar) en origineel zijn (het moet om de 'persoonlijke expressie' van de maker gaan). Het hoeft daarbij niet om een vast omlijnde of concreet 'tastbare' vorm te gaan: ook voordrachten, lezingen, colleges of andere mondeling overgedragen gedachten worden beschermd. Het auteursrecht beschermt geen ideeën, theorieën, methoden of opvattingen zolang deze niet concreet als auteurswerk uitgewerkt werden. Op grond van het auteursrecht bezit de auteur:

  • vermogensrechten
  • morele rechten
  • distributierechten

De wet biedt automatisch auteursrechterlijke bescherming zodra een oorspronkelijk auteurswerk tot stand komt (letterkunde, kunst, afbeeldingen, homevideo's, ...). Het werk dient dus niet te worden gedeponeerd of geregistreerd. Evenmin is het ©-teken vereist. Ook het artistieke niveau, de esthetische waarde, de omvang of het doel, het al dan niet voltooid zijn, of het al dan niet in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden spelen helemaal geen rol. Evenmin speelt het ontbreken van een materiële drager, of de vorm ervan, een rol (boek, canvas, internet, toespraak,...). Elke auteur heeft het recht om het vaderschap van een werk op te eisen, maar ook om dit te weigeren.

Indien een werk op bestelling of in opdracht van bvb. een werkgever tot stand komt, blijft de maker van het werk - een website, cursus, thesis, ... - de auteursrechten behouden. Deze worden dus niet automatisch naar de opdrachtgever overgedragen, tenzij het contract of de CAO (Collectieve Arbeidsovereenkomst) anders bepaalt.

De vermogensrechten van de auteur gaan WEL automatisch over naar de werkgever/opdrachtgever indien:

  1. het om de creatie van databanken gaat die in de niet-culturele nijverheid tot stand komen, binnen de uitoefening van het takenpakket of volgens de onderrichtingen van de werkgever.
  2. indien de wernemer bij de uitoefening van zijn/haar taak of in opdracht van de werkgever software maakt.

In beide gevallen kan de auteur de vermogensrechten slechts behouden indien dit contractueel zo bepaald wordt.

Vaak behoudt een auteur dus de rechten op zijn / haar werk. Aan onderwijsinstellingen (en andere werkgevers) wordt dan ook aangeraden om een schriftelijke overeenkomst op te stellen om discussies te vermijden. Indien een onderwijsinstelling de vermogensrechten van een niet-werknemer wil verkrijgen dient eveneens een overeenkomst te worden opgesteld. Daarin wordt bepaald:

  • welke vergoeding de auteur krijgt (!),
  • wat de reikwijdte bedraagt (afbakening van de regio / afbakening van toegestanen handelingen),
  • wat de duur van de overdracht betreft.
In overeenkomsten met werknemers moeten deze drie bepalingen niet opgenomen worden. Dan volstaan algemene bepalingen rond de overdracht van vermogensrechten.

 

auteurswerk

De uitdrukking door de mens van een bepaald idee in een concrete en originele vorm. De auteurswet spreekt van 'een werk van letterkunde of kunst' (art.1 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005). Daar vallen in de regel volgende werken onder, al geeft de wet geen preciese opsomming van wat daar onder verstaan wordt:

  • literaire werken (roman, poëzie, essay, brieven, lessen, voordrachten...). Let ook op de naburige rechten van de lezer bij ingelezen teksten. Feiten aangehaald in krantenartikelen of populaire tijdschriften, alsook uit wetenschappelijke werken (zie citaatrecht) mogen door iedereen hergebruikt worden.
  • niet-literaire werken (logo's, schetsen, plannen, tekeningen, technische schema's, geografische kaarten, danscreaties, ...) zolang ze aan het originaliteitscriterium voldoen.
  • openbare redevoeringen indien zij een oorspronkelijk betoog vormen (behalve de redevoeringen in vertegenwoordigende lichamen, in openbare terechtzittingen van rechtscolleges of in politieke bijeenkomsten: deze mogen vrijelijk worden gereproduceerd daar er geen auteursrecht op berust (art.8§2 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005)).
  • gebouwen en kunstwerken.
  • foto's van personen: daarbij dient rekening te worden gehouden met het portretrecht dat rond het gefotografeerde object (schilderij, kunstwerk, gebouw, ...) of de geportretteerde persoon geldt. Er is steeds toestemming van de gefotografeerde nodig wanneer deze herkenbaar op de foto staat. Voor personen uit de 'publieke belangstelling' (beroemdheden, publieke figuren, deelnemers aan een betoging, ...) geldt dat hun afbeeldingen vrij mogen gebruikt worden indien de privésfeer hierbij niet geschaad wordt en de foto's bij het publieke evenement horen. Anders is wel toestemming vereist. Die toestemming kan formeel of stilzwijgend gegeven worden, maar degene die de afbeelding gebruikt zal wel steeds die toestemming moeten kunnen bewijzen. Wanneer het een afbeelding op zogenaamde 'publieke plaatsen' betreft is er geen voorafgaande toestemming van de gefotografeerde nodig.
  • foto's van objecten, kunstwerken, ...: ook hier dient rekening te worden gehouden met de auteursrechten (eventueel overgedragen aan de erfgenamen) die rond het gefotografeerde object (schilderij, kunstwerk, gebouw, ...) bestaan. Indien (een deel van) een object eerder 'toevallig' of louter ter verfraaiing werd aangewend is er geen probleem.
  • muziekfragmenten (hou ook rekening met de naburige rechten van de uitvoerende kunstenaars, de muziekproducenten, de omroeporganisatie,...).
  • websites (zowel layout als inhoud).
  • databanken en computerprogramma's.
  • .....

 

beschermingstermijn
  • De vermogensrechten van de auteur vervallen 70 jaar na de 1ste januari die volgt op het jaar waarin de auteur is overleden. Bij overlijden gaan de rechten over op de erfgenamen.
    - 'Wanneer een werk door twee of meer personen samen is gemaakt, genieten al hun rechtverkrijgenden het auteursrecht tot zeventig jaar na de dood van de langstlevende der auteurs'.
    - 'De beschermingstermijn van een audiovisueel werk verstrijkt zeventig jaar na de dood van de langstlevende van de volgende personen: de hoofdregisseur, de scenarioschrijver, de tekstschrijver en de auteur van muziekwerken met of zonder woorden die speciaal voor het werk zijn gemaakt'
    (art.2§2 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • De naburige rechten van de uitvoerende kunstenaars, producenten en omroeporganisaties blijven geldig
    tot 50 jaar na de 1ste januari die volgt op het jaar van de beschermde prestatie. Indien de prestatie vastgelegd is op een drager vangt deze termijn aan vanaf het moment dat 'de drager meegedeeld wordt aan het publiek'. Indien de rechthebbende sterft voor het verstrijken van deze termijn nemen zijn erfgenamen de uitoefening van zijn/haar rechten over tot de termijn van 50 jaar verstreken is (art.38, 39, 45 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • Inzake het portretrecht geldt dat toestemming nodig is van de geportretteerde of van zijn/haar erfgenamen
    tot 20 jaar na diens overlijden. Er is steeds toestemming nodig van de geportretteerde / gefotografeerde voor het reproduceren en/of publiek meedelen van het portret / de foto wanneer deze herkenbaar afgebeeld wordt (art.10 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005). Voor personen uit de 'publieke belangstelling' (beroemdheden, publieke figuren, deelnemers aan een betoging, ...) geldt dat hun afbeeldingen vrij mogen gebruikt worden indien de privésfeer hierbij niet geschaad wordt en de foto's bij het publieke evenement horen. Anders is wel toestemming vereist. Die toestemming kan formeel of stilzwijgend gegeven worden, maar degene die de afbeelding gebruikt zal wel steeds die toestemming moeten kunnen bewijzen. Wanneer het een afbeelding op zogenaamde 'publieke plaatsen' betreft is er geen voorafgaande toestemming van de gefotografeerde nodig.
    Opgelet: dit portretrecht staat los van het auteursrecht van de auteur van het portret waarvoor een 70-jarige beschermingstermijn geldt.
  • De duur van de termijn waarin databankbescherming geldt is minder eenvoudig te bepalen. De meeste databanken worden immers voortdurend bijgewerkt / geactualiseerd. De wet heeft hiermee rekening gehouden door een vernieuwbare beschermingstermijn te voorzien.

    ›› Een eerste beschermingstermijn bedraagt 15 jaar, te tellen vanaf 1 januari van het jaar volgend op de voltooiing van de databank. De voltooiing heeft dus niets met de exploitatie te maken, en het is aan de producent om die datum te bewijzen.

    ›› Indien de producent de databank binnen de lopende beschermingstermijn van 15 jaar commercieel exploiteert, begint de beschermingstermijn opnieuw te lopen - opnieuw geldt een periode van 15 jaar startend op 1 januari van het jaar volgend op de eerste terbeschikkingstelling aan het publiek.

    ›› Aangezien een databank meestal bijgewerkt wordt, geniet ook de geactualiseerde versie diezelfde beschermingstermijn van 15 jaar. Van actualisering is pas sprake wanneer er opnieuw 'substantieel' geÔnvesteerd wordt in het bestaande werk. De bescherming schuift zo mee op in de tijd telkens er een aanzienlijke inhoudswijziging plaatsvindt. De beschermingsduur van de originele versie wordt niet door de actualisaties beÔnvloed. Men kan er dus van uitgaan dat een bepaalde versie van een databank ten laatste 31 jaar nadat het voor het eerst op de Europese markt is verschenen niet meer beschermd is.

 

belgische auteurswet

De nieuwe Belgische auteurswet van 22 mei 2005 is een derde en grondige wijziging van de Wet betreffende het auteursrecht en de naburige rechten van 30 juni 1994. Met deze wijziging werd de Europese Richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001 in Belgisch recht omgezet.
De wet trad - met enkele jaren vertraging en na een veroordeling door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen wegens niet-omzetting van voormelde richtlijn (zie hierover de parlementaire vraag van senator Lizin aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid) - in werking op 27 mei 2005 (publicatie in Belgisch Staatsblad) met uitzondering van een paar 'opschortende' artikelen waarvoor een Koninklijk Besluit m.b.t. de vergoeding moet uitgevaardigd worden. Deze worden daardoor op een later tijdstip van kracht. Het betreft de gewijzigde artikelen
- 22 §1, 4°, 4°bis en 5°
- 46, 4°
- 55
- 56
- 58 §1
- Hoofdstuk 5
- 59
die betrekking hebben op reprografie en de privť-kopie.

De wet bevestigt de exclusieve rechten van de auteur(s) en houder(s) van de naburige rechten, zijnde:
1. Vermogensrechten (ook exploitatierechten genoemd)
2. Morele rechten
3. Distributierecht (NIEUW !)

Sommige uitzonderingen werden uitgebreid, zoals de 'mededeling in familiekring' die werd aangevuld met 'uitvoeringen in het kader van schoolactiviteiten' of als 'illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek'. Artikel 22.4.quater spreekt in dat geval van 'niet-winstgevende doelstellingen, die plaatsvinden in het kader van de normale activiteiten van de instelling, enkel uitgevoerd door de gesloten transmissie-netwerken van de instelling en die geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk, en voor zover de bron, waaronder de naam van de auteur, wordt vermeldt, tenzij dit niet mogelijk blijkt.'
Verder werden enkele nieuwe uitzonderingen op de auteurswetgeving (zoals 'de tijdelijke kopie die een integraal en essentieel onderdeel vormt van een technisch procťdť') en enkele beschermingsmaatregelen toegevoegd.

De auteurswet regelt achtereenvolgens per hoofdstuk de volgende items:

  • Hst I. Auteursrechten,
  • Hst II. Naburige rechten
  • Hst III. Mededelingen aan het publiek per satelliet en doorgifte per kabel
  • Hst IX. Het kopiŽren voor eigen gebruik van werken en prestaties
  • Hst V. De reproductie op papier of op soortgelijke drager van werken voor privé-gebruik of ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek
  • Hst VI. Bepalingen inzake openbare uitleningen
  • Hst VII. Vennootschappen voor het beheer van de rechten
  • Hst VIII. Algemene bepalingen (toepassingsgebied - strafbepalingen - burgerlijke rechtsvordering ter zake van auteursrecht - overgangsbepalingen - opheffingsbepalingen).

Zie het deel 'Nuttige Links' op deze website voor een link naar de volledige wettekst.

Auteursrecht was tot 2002 een bevoegdheid van de federale Minister van Justitie. Vanaf augustus 2002 werd deze bevoegdheid overgeheveld naar de FOD Economie, Middenstand, KMO en Energie.


 

billijke vergoeding

Net zoals tekstschrijvers of auteurs-componisten kunnen uitvoerende kunstenaars niet verhinderen dat men hun repertoire gebruikt voor publiek gebruik. Toch werden vertolkers en producenten hier tot 1999 nooit voor vergoed. Het auteursrecht voorzag enkel in een vergoeding voor de oorspronkelijke auteur.
Belgiê is één van de laatste landen die de naburige rechten in haar wetgeving opnam. Met de wet van 1994 ( en de uitvoeringsbesluiten van 1999) werd aan de houders van naburige rechten eveneens een automatisch recht op vergoeding toegekend. Deze billijke vergoeding komt dus bovenop de auteursrechten die aan SABAM betaald moeten worden telkens u vooraf opgenomen muziek weergeeft in een voor het publiek toegankelijke ruimte. Ze staat bovendien los van de prijs die in de aankoopprijs van bvb. een CD begrepen is. Bij aankoop betaalt men voor privégebruik, de billijke vergoeding vergoedt publiek gebruik.

Er bestaan afzonderlijke akkoorden voor o.a. de horeca, kapsalons, filmfestivals, de distributiesector, ...
Er is geen vergoeding verschuldigd indien muziek gespeeld wordt:

  • in een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is (een kantoor, werkruimte, atelier, ... wordt beschouwd als privéruimte van de onderneming).
  • indien muziek onderdeel is van een voorstelling waarvoor toegangsgeld gevraagd wordt (er moet wel toestemming gevraagd worden aan de auteur).
  • indien het om een live-optreden gaat.

 

bloemlezing
Voor het samenstellen van een bloemlezing (een selectie werken of fragmenten van een of meerdere schrijvers) is, zolang de auteurs leven, toestemming van hen nodig, ook voor onderwijsdoeleinden. Na het overlijden van de auteur geldt voor onderwijs en onderzoek een uitzondering op de vermogensrechten van de rechthebbenden:
'Is de auteur echter overleden, dan is de toestemming van de rechthebbende niet vereist, op voorwaarde dat de keuze van het uittreksel, alsmede de presentatie en de plaats ervan de morele rechten van de auteur in acht nemen en dat een billijke vergoeding wordt betaald'. (art.21.§2 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).

 

citaatrecht

Het citaatrecht vormt één van de uitzonderingen op exploitatierechten van auteursrechterlijk beschermde werken (art.5). Citeren uit alle soorten werk van een auteur is toegestaan:

  1. Ten behoeve van onderwijs, wetenschappelijke activiteiten, polemiek, recensie of beoordeling.
  2. De naam van de auteur, evenals de bronvermelding, dienen bij het citaat te worden gevoegd (indien mogelijk).
  3. Het werk moet op geoorloofde wijze openbaar zijn gemaakt.
  4. Het citaat moet te goeder trouw worden gebruikt.

De wetgever legt geen maximum lengte van het citaat op, maar uiteraard dient dit in verhouding te staan tot de lengte van het auteurswerk. Concreet betekent dit dat je een volledig artikel uit een tijdschrift mag citeren, doch slechts een beperkt deel van een boek.

Parallel met het citaatrecht bestaat ook het beeldcitaatrecht. Dit laat toe om onder dezelfde voorwaarden een beeld, dat auteursrechterlijk beschermd is, geheel of gedeeltelijk te reproduceren als illustratie bij een tekst (nooit louter ter verfraaiing).


 

copyleft

Copyright beschermt al meer dan honderd jaar auteursrechterlijke prestaties tegen misbruik en ongeoorloofd gebruik. Hiervoor zijn uitgebreide wetgeving en internationale afspraken nodig. Velen twijfelen eraan of de traditionele copyrightregels geschikt zijn voor de zich zeer snel ontwikkelende digitale wereld waarin producten en diensten op een andere wijze ontwikkeld, gebruikt en gedeeld kunnen worden.

Copyleft kan beschouwd worden als de tegenhanger van het copyright. Deze methode zorgt ervoor dat de inhoud van auteurswerken (zoals websites en softwareprogramma's) vrij gekopieerd en verspreid kan worden middels het respecteren van een aantal voorwaarden. De beste manier is om deze werken via een copyleftlicentie onder het publiek domein te brengen, vrij van auteursrechten. Gebruikers hebben dan de vrijheid om verbeteringen / aanpassingen aan het werk door te voeren en deze veranderde versie opnieuw te verspreiden zodat het ten goede komt aan de hele gemeenschap. Het symbool dat aan zulke copyleftwerken toegevoegd kan worden - de zogenaamde "omgekeerde C" - heeft net zoals de "rechte C" van copyright echter geen wettelijke betekenis.

Een van de eerste licenties die op deze manier functionneerde was de General Public License (GPL) van de Free Software Foundation (FSF) voor rechtenvrije software. Het gratis besturingssysteem LINUX - dat vrij verspreid en gedownload mag worden - is hiervan het bekendste voorbeeld. De online encyclopedie Wikipedia maakt eveneens gebruik van een copyleftlicentie van het FSF (met name de GPU Free Documentation License).


 

creative commons

Steeds meer mensen willen werken op het internet plaatsen waarbij gebruik en hergebruik (na aanpassingen) toegelaten wordt. Ze willen dus af van de klassieke auteursrechterlijke beschermingsmaatregelen, maar soms willen ze toch controle uitoefenen op hun auteurswerk zodat niet zomaar eender wat kan worden gedaan met de vruchten van hun werk. Zo'n systeem bestaat al langer voor software (bvb. de copyleftlicenties van de Free software Foundation). De Amerikaanse vereniging Creative Commons (CC) heeft een aantal licenties uitgewerkt voor het delen van creatief werk voor audio, video, tekst,... Deze licenties zorgen ervoor dat het werk gemakkelijker gekopieerd, bewerkt en/of verspreid kan worden. Wanneer iemand zich niet houdt aan de bepalingen van de gekozen licentie, dan begaat hij zowel een inbreuk op de licentie als op het auteursrecht. Dit zorgt ervoor dat de auteur toch nog controle kan uitoefenen op wat er met zijn werk gebeurt.

Aan de hand van icoontjes wordt duidelijk gemaakt wat een gebruiker met het werk mag doen. Dat heeft als voordeel dat gebruikers van een anderstalig document meteen begrijpen wat er mee mag gebeuren. Aan webdocumenten dient een digital code toegevoegd te worden zodat zoekrobots er gericht naar kunnen zoeken.

De Creative Commons licenties bieden zes combinatiemogelijkheden:

  1. Naamsvermelding-Gelijk Delen
    (Attribution-ShareAlike):
    › Het werk mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden
    + het werk mag door derden bewerkt worden
    + het bewerkte document moet onder een licentie met dezelfde attributen verspreid worden (copyleft).
  2. Naamsvermelding (Attribution):
    › Het werk mag voor commerciële doeleinden gebruikt worden
    + het werk mag door derden bewerkt worden
    + copyleft is NIET verplicht.
  3. Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken
    (Attribution-NoDerivs):
    › Het werk mag voor commerciŽle doeleinden gebruikt worden
    + het werk mag echter NIET door derden bewerkt worden.
  4. Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen (Attribution-Noncommercial-ShareAlike):
    › Het werk mag NIET gebruikt worden voor commerciële doeleinden
    + het mag door derden bewerkt worden
    + het bewerkte document moet onder een licentie met dezelfde attributen verspreid worden (copyleft).
  5. Naamsvermelding-NietCommercieel
    (Attribution-NonCommercial):
    › Het werk mag NIET gebruikt worden voor commerciŽle doeleinden
    + het werk mag door derden bewerkt worden
    + copyleft is NIET verplicht.
  6. Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken
    (Attribution-NonCommercial-NoDerivs):
    › Het werk mag NIET gebruikt worden voor commerciŽle doeleinden
    + het werk mag echter NIET door derden bewerkt worden.
In 2004 kwam een Belgische versie van de CC-licenties tot stand. De belangrijkste licenties werden door ICRI (KULeuven) en CIR (FUNDP Namur) vertaald en naar de Belgische wetgeving aangepast.

 

databankbescherming

Databankbescherming wordt geregeld door zowel de auteurswet van 2005 als door een aparte regeling in de wet van 31 augustus 1998 houdende de omzetting in Belgisch recht van de Europese Richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken.

Een databank is een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen die systematisch of methodisch geordend en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk zijn. Ze kan auteursrechterlijk beschermde werken bevatten, maar het kan ook om niet-beschermde werken gaan of ruwe data. Op die afzonderlijke elementen zijn de algemene regels van het auteursrecht van toepassing.

Een CD-Rom ter gelegenheid van bvb. een eeuwfeest met daarop een overzicht van voorbije gebeurtenissen, trefwoorden om door de informatie te navigeren, foto's en videofragmenten wordt beschouwd als een database aangezien de structuur origineel te noemen is. De CD-Rom, en allicht ook een deel van de inhoud, is auteursrechterlijk beschermd. Een traditionele muziek-CD is geen databank aangezien ze niet op een logische, chronologische of methodische ordening berust. De muziekfragmenten op zich zijn auteursrechterlijk beschermd, maar het geheel valt niet onder de databankbescherming.

Een databank is vaak een werk dat voortdurend bijgewerkt wordt. Een beschermingstermijn voor databanken vastleggen is dan ook niet eenvoudig.

Bij de bescherming van databanken (structuur van de databank, niet de inhoud!) dient onderscheid te worden gemaakt tussen twee beschermingsvormen:

  1. De auteursrechterlijk beschermde databank:
    Alle databanken die door de keuze of de rangschikking van de inhoud een eigen intellectuele schepping van de auteur vormen, worden beschermd (cfr. het originaliteitsbeginsel bij het algemene auteursrecht). De maker van de databank beschikt over zowel de vermogens- als de morele rechten. De wetgever heeft de vermogensrechten van de auteur echter beperkt door te bepalen dat:

    - - toegang tot en normaal gebruik van de databank mogelijk moeten zijn.

    - - de auteur van de databank zich niet kan verzetten tegen de gedeeltelijke of integrale reproductie van de databank wanneer die reproductie wordt verricht ter illustratie bij onderwijs en onderzoek (reprografieregeling). Deze reproductie zonder toestemming van de auteur wordt enkel toegestaan indien ze geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het product en wanneer geen (commercieel) winstbejag nagestreefd wordt. Bij dergelijke reproductie moeten zowel de naam van de auteur als de naam van de databank vermeld worden, tenzij dit onmogelijk te achterhalen is.

    - - reproductie voor louter privťgebruik toegelaten is indien het gaat om een databank die op papier of op een soortgelijke drager is vastgelegd, en de reproductie eveneens op papier of een soortgelijke drager gebeurt.

    - - de reprografieregeling voor databanken aangevuld wordt met een bepaling over de mededeling van databanken in een gesloten transmissienetwerk. Ook hier geldt dat de toestemming van de auteur niet vereist is wanneer de mededeling gebeurt ter illustratie van onderwijs en onderzoek door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht. De mededeling mag alleen gebeuren via de gesloten transmissienetwerken van de instelling, moet plaatsvinden in het kader van de normale activiteiten van de instelling en mag geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk. Ook hier moeten de naam van de auteur én van de databank worden weergegeven, tenzij dit onmogelijk is.

    - - onder meer de volgende uitzonderingen op de vermogensrechten eveneens op databanken van toepassing zijn: citaatrecht, de bloemlezing, de kosteloze uitvoering in privékring of in het kader van schoolactiviteiten, de kosteloze uitvoering van een werk tijdens een publiek examen, ...

  2. De databank sui generis-bescherming:
    In de juridische literatuur wordt de term 'sui generisch' gebruikt voor de exclusieve rechten van de databankproducent. Dit recht wordt uitsluitend toegekend aan producenten die gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie. Producenten uit andere landen kunnen dezelfde bescherming krijgen indien hierover een overeenkomst bestaat tussen de EU en het land in kwestie.

    Uiteraard is niet bij elke databank sprake van een originele keuze of rangschikking van de inhoud. Zo valt bvb. de Gouden Gids niet onder de databankbescherming wegens het ontbreken van de originaliteit. Het samenstellen van de gids vergt echter veel (financiële) inspanningen zodat de wetgever ook deze databanken een zekere vorm van bescherming wou geven die losstaat van het auteursrecht - vandaar de term 'sui generis'. Zulke databanken worden, ongeacht de vorm, beschermd 'wanneer de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering'. (art. 3, 1ste lid van de databankenwet).
    De titularis van het sui genris recht is de producent ervan. De producent is 'degene die het initiatief neemt tot en het risico draagt van de investeringen waardoor de databank ontstaan is' (art. 2, 5° van de databankenwet). Deze moet de substantiŽle investering (in geld, tijd of moeite) kunnen bewijzen.

    Het sui generis databankenrecht heeft als doel de investering van de producent te beschermen door hem een exclusief recht te geven op de exploitatie van de databank. De producent mag beperkingen opleggen aan de opvraging en het hergebruik van de databank:

    - - Hij/zij kan de de opvraging of het hergebruik van de databank in zijn geheel verbieden. Archivarissen, die vaak een hele databank willen archiveren, dienen dus toestemming te vragen aan de producent. De producent heeft het recht zich te verzetten tegen het downloaden of fotokopiëren van de hele database. Ook het herhaald en systematisch opvragen van niet-aanzienlijke delen van de inhoud is niet toegestaan aangezien dit in strijd is met de normale exploitatie van de databank en/of de producent ernstige schade toebrengt (zie Driestappentest).

    - - De producent kan de opvraging of het hergebruik van een substantieel deel van de databank verbieden. Een deel kan substantieel zijn omwille van de aard van de gegevens of de hoeveelheid informatie. De producent heeft het recht zich te verzetten tegen het downloaden of fotokopiëren van stukken uit de database.

    - - In sommige omstandigheden mag de producent zelfs de opvraging of het hergebruik van niet-substantiŽle delen verbieden wanneer dit in strijd is met de normale exploitatie van de databank of wanneer dit ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de rechtmatige belangen van de producent (zie Driestappentest).

    ***OPVRAGING: elke permanente of tijdelijke overbrenging van de inhoud van een databank op een nadere drager, ongeacht op welke wijze en in welke vorm.

    ***HERGEBRUIK: elke vorm van aan het publiek ter beschikking stellen van de inhoud van een databank, door verspreiding van kopieŽn, verhuur, online transmissie of in een andere vorm. Openbare uitlening valt volgens de wet buiten de macht van de databankenproducent. Een (wetenschappelijke) bibliotheek mag dus een databank op CD-Rom uitlenen aan bvb. studenten of medewerkers. Consultatie ter plaatse lijkt evenmin een niet-toegestane vorm van hergebruik te zijn.

    De wetgever heeft ook hier geprobeerd om een evenwicht tussen de belangen van de rechthebbende en die van de gebruikers te creëren. De gebruiker kan van dezelfde uitzonderingen gebruik maken als gedefinieerd bij de auteursrechterlijk beschermde databanken, zoals het verspreiden van kopieën in een klas ter illustratie bij onderwijs. Bovendien mag die gebruiker voor dezelfde doeleinden een aanzienlijk deel van de inhoud van de database opvragen voor zover dit aan de lakmoesproef van de driestappentest beantwoordt. Het opvragen van een hele database is niet toegestaan, zelfs niet voor educatieve doeleinden. Ook het opvragen en hergebruiken van aanzienlijke delen via een niet-afgeschermde website is verboden aangezien het om hergebruik gaat van een substantieel deel van de database.


 

distributierecht
Het distributierecht werd voor het eerst expliciet opgenomen in de nieuwe auteurswet van mei 2005:
'Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht de distributie van het origineel van het werk of kopiën ervan aan het publiek, door verkoop of anderszins, toe te staan
' (art.1 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
Inzake uitleen of verhuur van een exemplaar zijn dwanglicenties van kracht als uitzondering op het absolute recht van de auteur om over het gebruik van zijn / haar werk te beschikken. Het publiek uitleenrecht is niet van toepassing op software.

 

driestappentest

De driestappentest is gebaseerd op afspraken die gelden sinds de conventie van Bern voor de bescherming van literaire en artistieke werken (1967), de latere TRIPS-akkoorden en het WIPO copyright treaty (1996). Ze bepaalt dat uitzonderingen op het absolute recht van de auteur om toestemming te geven voor het gebruik van zijn/haar werk enkel zijn toegestaan in de mate dat:

  1. Het om bepaalde uitzonderlijke gevallen gaat, m.a.w. de uitzonderingen zijn niet algemeen geldend, ze zijn enkel voorzien in specifieke gevallen.
  2. Er geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de werken. Een uitzondering doet afbreuk aan de normale exploitatie van een werk als het gebruik dat ze toestaat concurreert met de economische middelen van de houders van het recht en hen hierdoor duidelijke commerciële winsten of voordelen onthoudt.
  3. De wettige belangen van de rechthebbenden niet onredelijk wordt geschaadt. De schade bereikt een onredelijk niveau wanneer een toepassing van de uitzondering een onredelijke winstderving voor de titularis van het auteursrecht doet ontstaan of zou kunnen doen ontstaan, of wanneer een belangrijke markt aan de titularis dreigt te ontsnappen.

De test is integraal opgenomen in de Europese richtlijn 2001/29/EC van 22 mei 2002 (artikel 5, 5°). De Belgische wetgever heeft ze echter niet als een apart artikel in de Belgische auteurswet ingeschreven omdat deze test in eerste instantie gericht is tot de wetgever zelf om nieuwe wettelijke uitzonderingen die ze wenst in te voeren te toetsen, en ze door hoven en rechtbanken kan worden gebruikt als toetsingsinstrument bij toepassing van de auteurswetgeving. De test in de wet zelf plaatsen zou enkel verwarring zaaien bij de eindgebruiker. Onder druk van de beheersvennootschappen van auteursrechten zijn vooral het tweede en derde criterium van de drie-stappen-test toch (verspreid) terug te vinden in sommige Belgische uitzonderingsregels.


 

dwanglicentie

Artikel 1, §1 van de Belgische auteurswet geeft auteurs het exclusieve recht om hun werk te (laten) reproduceren, bewerken, vertalen, verhuren, uit te lenen enz. Indien een gebruiker bvb. een kopie wil maken van (een deel van) het werk zou hij / zij in principe steeds toestemming moeten vragen aan de auteur of andere rechthebbenden. Dit is in de praktijk niet werkbaar.

De Europese richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001 heeft voor het eerst vastgelegd welke uitzonderingen op dit exclusieve recht in de Europese Unie mogen toegestaan worden. Een lidstaat hoeft enerzijds die uitzonderingen niet allemaal op te nemen, maar anderzijds mag zij ook geen andere uitzonderingen toestaan dan vermeld in de richtlijn.

Op basis van de richtlijn voorziet de aangepaste Belgische auteurswet van 2005 (art. 22) in de toestemming om in bepaalde omstandigheden een werk te reproduceren of publiek mede te delen zonder de voorafgaandelijke toestemming van de rechthebbende. De auteur wordt dan als het ware gedwongen om in deze gevallen aan de gebruiker een (gebruiks)licentie toe te staan (= dwanglicentie). Hij / zij behoudt wel het recht op een vergoeding.


 

exploitatierecht
Zie Vermogensrecht.

 

intellectuele eigendomsrechten
Intellectueel eigendomsrecht is een verzamelnaam van een aantal specifieke rechtsgebieden waarvan de rechten in nationale en internationale wetgeving terug te vinden zijn, zoals:
  • Het auteursrecht: het alleenrecht van de maker van een oorspronkelijk / origineel werk om dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen.
  • Het octrooirecht: het uitsluitend en tijdelijk recht van de octrooihouder om zijn uitvinding commercieel te exploiteren, in ruil voor openbaarmaking van de uitvinding.
  • Het handelsnamenrecht: het alleenrecht op het gebruiken van een bedrijfs- of handelsnaam.
  • Het merkenrecht: het alleenrecht op het gebruik van bepaalde productnamen, logo's, verpakkingsvormen..., bedoeld om bepaalde nieuwe waren te onderscheiden van andere. Ze moeten gedeponeerd zijn als merk. Een merk is een teken waarmee producten of diensten onderscheiden worden van die van concurrenten.
  • Het tekeningen- en modellenrecht: het alleenrecht op het aanbrengen op een product van een bepaalde tekening / afbeelding, en op de vormgeving ervan volgens een bepaald model. Dit recht beschermt het uiterlijk van een product.
  • de naburige rechten: de rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten en omroeporganisaties.
  • .......

De World International Property Organization (WIPO) is als VN-organisatie gespecialiseerd in het beschermen van intellectuele eigendom (IE). Dit tracht zij te realiseren door samenwerking tussen de VN-lidstaten te bevorderen, nationale wetgevingen te harmoniseren en juridische bijstand te verlenen aan ontwikkelingslanden.


 

kosteloze uitvoering
De kosteloze privé-uitvoering in familiekring stond al in de vorige auteurswet ingeschreven als uitzondering op het exploitatierecht van de auteur. De nieuwe Belgische auteurswet van 2005 voegt daar nu ook expliciet de uitvoering in het kader van schoolactiviteiten (opleiding en onderwijs) aan toe. Het bekijken, beluisteren en/of analyseren van radio- en televisieprogramma's, kunstcollecties e.d. (via dia's, video, ...) vallen niet langer onder het vermogensrecht van de auteur(s). Deze kan zich niet tegen deze kosteloze 'mededelingen' verzetten op voorwaarde dat daarvoor een vergoeding wordt betaald.

 

linking

Op het internet / intranet gelden uiteraard dezelfde auteurswetregels als bij alle andere omstandigheden / dragers / technologieën. Zomaar een foto / document / ... op je website plaatsen zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur én het betalen van een vergoeding kan dus niet aangezien je daarmee zowel de morele als vermogensrechten van de auteur (en mogelijk de geportretteerde) schendt.

Linken naar een externe bron (homepage of gehele webpagina) waarop die foto / dat document / ... terug te vinden is mag wel maar zorg er dan voor om steeds de bron (en waar mogelijk de auteur) te vermelden bij je link. Deeplinking - het linken naar specifieke documenten of volledige binnenpagina's van een website - blijft immers een discussiepunt. Websitebeheerders hebben trouwens het recht om schriftelijke toelating te eisen indien men naar hun site linken wil, of dit zelfs te verbieden.


 

morele rechten

Waar vermogensrechten de economische exploitatie van het auteurswerk betreffen - de toelating voor gebruik door anderen - beschermen morele rechten de inhoudelijke integriteit van het werk - de band tussen de auteur en zijn/haar werk. Deze rechten zijn, in tegenstelling tot de vermogensrechten, dan ook niet overdraagbaar, noch in hun geheel, noch gedeeltelijk, al dient men uiteraard ook rekening te houden met bvb. het contractrecht dat juridisch naast het auteursrecht staat.
Het auteursrecht erkent 3 morele rechten: 

  1. Beschikkings- of divulgatierecht: het exclusieve recht van de auteur om zelf te beslissen wanneer, op welke wijze en onder welke voorwaarden een door hem gemaakt werk klaar is om gepubliceerd / openbaar te worden gemaakt. Elke auteur kan in principe verbieden dat een bepaald werk onder een bepaalde vorm wordt geopenbaard, al hangt veel af van wat het auteurscontract met de uitgever bepaalt.
  2. Recht op vaderschap: het exclusieve recht van de auteur om zelf te beslissen of zijn/haar naam al dan niet op het werk wordt vermeld, en wanneer of hoe dat gebeurt. Hij kan er bijvoorbeeld voor kiezen om een pseudoniem te gebruiken of anoniem te publiceren. De 'erkenning van vaderschap' is tevens bedoeld om anderen te verhinderen het 'vaderschap' op dit werk te claimen.
  3. Recht op integriteit: het exclusieve recht van de auteur om zich tegen alle mogelijke materiële wijzigingen, die zonder zijn toestemming aan het werk worden aangebracht, te verzetten. Zelfs indien daarvoor toestemming wordt gegeven kan de auteur zich later nog distanciëren van het herwerkte resultaat en eisen dat de verspreiding ervan wordt stopgezet.

 

naburige rechten

Naast het auteursrecht, dat de vermogens- en morele rechten van de auteur regelt en beschermt, bestaan er een aantal regels die de rechten regelen van:

  1. uitvoerende kunstenaars (zangers, dansers, musici, toneelspelers, varieté- en circusartiesten, kortom 'kunstenaars die werken van letterkunde of kunst acteren, zingen, reciteren, declameren, spelen of anderszins uitvoeren').
  2. producenten van fonogrammen (Iedere opname van uitsluitend geluiden van een uitvoering of andere geluiden, vastgelegd in een cinematografisch of ander audiovisueel werk).
  3. filmproducenten (in de wet aangeduid als 'producent van de eerste vastlegging van films'). Een producent is diegene die het initiatief neemt tot het realiseren van een film en de financiële risico's draagt van de investering.
  4. omroeporganisaties.

In tegenstelling tot het auteursrecht is de erkenning van naburige rechten (en de daarbijhorende bescherming) relatief recent. Het beginsel van het naburig recht werd pas in de wet van 30 juni 1994 in het Belgisch recht erkend. De Conventie van Rome van 26 oktober 1961 - waar het begrip naburige rechten voor het eerst internationaal bekrachtigd werd - werd door ons land geratificeerd via de wet van 25 maart 1999.

Om aanspraak te kunnen maken op naburige rechten dienen de prestaties van uitvoerende kunstenaars - die verschillend zijn van auteursprestaties daar zij van technisch-uitvoerende aard zijn - betrekking te hebben op een beschermd auteurswerk. De rechten van de uitvoerende kunstenaar gelden 50 jaar, te rekenen vanaf de eerste januari die volgt op de datum van uitvoering of vanaf de vastlegging van de opname / film / ....

De uitvoerende kunstenaars hebben recht op een billijke vergoeding. Dit wordt voor hen geregeld door beheersvennootschappen die de naburige rechten innen en herverdelen onder de rechthebbenden.
Naar analogie met het auteursrecht spreekt de wet ook hier van morele rechten en vermogensrechten. Deze zijn echter niet geheel identiek aan de rechten van auteurs en zijn evenmin identiek voor de vier categorieën van uitvoerende kunstenaars zoals hierboven beschreven.

  • Morele rechten: 'de uitvoerende kunstenaar heeft een onvervreemdbaar moreel recht op zijn prestaties'. Dit recht is exclusief en onoverdraagbaar, maar wordt beperkt tot
    A. het recht op vaderschap (recht op naamsvermelding)
    B. het recht op integriteit (recht op eerbied voor het werk, beperkt tot 'misvorming, verminking, aantasting of andere wijziging die zijn eer of reputatie kan schaden').
  • In tegenstelling tot het auteursrecht beschikt de uitvoerende kunstenaar dus NIET over het beschikkings- of divulgatierecht ( recht om het werk te publiceren / openbaar te maken). De uitvoerende kunstenaar kan zich daardoor niet verzetten tegen uitzending van het door hem uitgevoerde stuk op radio of televisie. Aan omroeporganisaties worden GEEN morele rechten toegekend, enkel aan de drie andere categorieën.

  • Vermogens- of exploitatierechten: naar analogie met het auteursrecht beschikt de uitvoerende kunstenaar over:
    A. Reproductierecht: 'het recht om zijn prestatie te reproduceren of de reproductie ervan toe te laten'. In tegenstelling tot auteurs kan de uitvoerende kunstenaar echter GEEN voorwaarden of gebruiksbeperkingen opleggen.
    B. Publiek mededelingsrecht:
    De uitzonderingen die in de auteurswet worden voorzien ten behoeve van onderwijs en onderzoek (zie 'vermogens- of exploitatierechten') gelden eveneens voor de rechthebbenden van naburige rechten, BEHALVE voor wat betreft de bloemlezingen, en dit voor alle 4 de categorieŽn. Evenmin kan de artiest zich verzetten tegen vertoningen van zijn werk op openbare plaatsen 'indien de prestatie op geoorloofde wijze werd gereproduceerd' en er geen toegangsgelden worden gevraagd.
  • Distributierecht: 'De rechten van de uitvoerende kunstenaar omvatten onder meer het exclusieve distributierecht dat slechts wordt uitgeput in geval van een eerste verkoop of eerste andere eigendomsoverdracht door de uitvoerende kunstenaar van de reproductie van zijn prestatie in de Europese Gemeenschap, of met diens toestemming.'

 

portretrecht

Het portretrecht regelt het gebruik van foto's en filmbeelden, en staat dus los van de auteursrechterlijke bescherming van de auteur van het portret. Artikel 10 van de auteurswet bepaalt dat de auteur, eigenaar of potentiële gebruiker van de afbeelding dit portret niet zomaar kan gaan reproduceren en/of publiek mededelen 'zonder de toestemming van de geportretteerde of, gedurende 20 jaar na diens overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden'..

De toestemming kan stilzwijgend gebeuren behalve wanneer het portret aangewend wordt voor een ander doel dan waar het portret oorspronkelijk voor gemaakt werd. In dat geval is uitdrukkelijke toestemming vereist.

Om redenen van privacy, of wanneer men vindt dat men door publicatie / vertoning van de afbeelding schade oploopt, kan men zich in de regel tegen het gebruik van het portret verzetten. In het belang van het recht op informatie geldt echter voor bekenden, prominenten en beroemdheden een vermoeden van stilzwijgende toestemming voor publiek gebruik van hun 'afbeelding'. Om diezelfde reden kan niemand zich verzetten tegen het nemen, reproduceren en publiek medelen van een foto waarop hij/zij zich op een openbare plaats bevindt, noch wanneer hij/zij als onderdeel van een menigte of maatschappelijk gebeuren geportretteerd wordt.

Het portretrecht is van toepassing op allerlei soorten afbeeldingen, ongeacht de gebruikte techniek (foto, film, tekening, schilderij,....). Het kan daarbij om waarheidsgetrouwe afbeeldingen gaan, maar evengoed om een karakteristieke houding of typerende context waardoor de geportretteerde herkenbaar voorgesteld wordt.


 

publiek mededelingsrecht
Het publiek mededelingsrecht behoort tot de vermogensrechten. Het geeft aan de auteur het exclusieve recht om zijn werk in het openbaar te laten uit- of opvoeren, of dit te verbieden. Onder dit mededelingsrecht valt iedere vorm van uitvoering of voorstelling, dus ook via radio, televisie, internet, intranet, ...
De term 'publiek' wordt door de wetgever eveneens zeer ruim geïnterpreteerd, los van plaats, tijd en omvang. Ook afgeschermde webpagina's / open leeromgevingen vallen in principe onder deze regeling, maar in deze gevallen kan wel verwezen worden naar de uitzonderingen op de vermogensrechten ten behoeve van onderwijs en onderzoek.
 

publiek uitleenrecht

"De auteur kan de uitlening van werken van letterkunde, databanken, fotografische werken, partituren van muziekwerken, geluidswerken en audiovisuele werken niet verbieden wanneer die uitlening geschiedt met een educatief of cultureel doel door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht. (art.23.ß1. van de Belgische auteurswet van 2005).

Aan dit uitleenrecht is een vergoedingsregeling gekoppeld: 1 euro per jaar voor volwassenen die tenminste 1 maal onleenden in het voorbije jaar, 0,5 euro voor minderjarigen (zelfde voorwaarde). Onderwijsbibliotheken, bibliotheken van zorginstellingen, bibliotheken van wetenschappelijke onderzoeksinstellingen en officieel erkende instellingen ten behoeve van blinden, slechtzienden, doven en slechthorenden worden vrijgesteld van het betalen van leengeld.

Voor de uitlening van geluids- en audiovisuele werken geldt in principe een sperperiode van 6 maanden. Het KB van 25 april 2004 bracht deze periode terug tot 2 maanden na de eerste publieke verspreiding van het werk in een land van de Europese Unie. Het betreft uitleen op een fysieke drager: online uitleen (uitleen over netwerken) is in principe uitgesloten aangezien het downloaden een reproductie inhoudt waarvoor de voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur vereist is. Evenmin mogen eigen reproducties van geluids- en audiovisuele werken publiek uitgeleend worden aangezien daarmee de belangen van de auteur geschaadt worden. Het publiek uitleenrecht is bovendien niet van toepassing op software!


 

reproductierecht
Het reproductierecht, dat eveneens tot de vermogensrechten van de auteur hoort, handelt over het opslaan en verveelvoudigen van auteursrechterlijk beschermde werken. Enkel de auteur beslist autonoom of zijn werk geheel of gedeeltelijk verveelvoudigd mag worden, zelfs indien het een niet-commercieel doel betreft. De gebruikte drager of hierbij toegepaste techniek (scan, fotokopie, druk, video, overschrijven, elektronisch opslaan...), evenals het al dan niet tijdelijke karakter van de kopie spelen geen rol. Het is ook enkel de auteur die beslist én toestemming kan geven om zijn auteurswerk geheel of gedeeltelijk te laten bewerken en/of te laten vertalen. De auteursrechten van dit vertaalde of bewerkte werk berusten wel bij de vertaler / bewerker.
Zie eveneens de uitzonderingen op vermogensrechten ten behoeve van onderwijs en onderzoek

 

reprografieregeling

Ten behoeve van onderwijs en onderzoek voorziet de auteurswet in beperkte kopieer- en reproductiehandelingen (uitzonderingen) indien zij bestemd zijn voor onderwijs, onderzoek en privé-gebruik. Het betreft:

  • De gedeeltelijke of integrale reproductie van artikelen.
  • De gedeeltelijke of integrale reproductie van werken van beeldende kunst.
  • Gedeeltelijke / korte reproductie van andere werken (enkel korte fragmenten dus!).

en geldt enkel wanneer aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. Het werk wordt op geoorloofde wijze openbaar gemaakt.
  2. De reproductie mag geen commerciële bedoeling hebben.
  3. De reproductie doet geen afbreuk aan de normale exploitatie van het oorspronkelijk auteurswerk.
  4. De auteur en de bron dienen steeds te worden vermeld.
  5. De kopie wordt genomen voor privé-gebruik, intern gebruik of voor onderwijsdoeleinden.
  6. Er wordt aan de auteur een vergoeding betaald als tegenprestatie voor het opheffen van het theoretisch verbodsrecht op reproductie.

In de praktijk komt het erop neer dat de instelling / bibliotheek een vergoeding betaalt aan Reprobel, de organisatie die met de inning en verdeling van de reprografievergoedingen belast werd. Die heffing vertaalt zich in een forfaitaire som voor reproductie-apparaten (vervat in de verkoop-, leasing- of huurprijs) en op het aantal genomen fotokopies. De opbrengsten worden, na aftrek van de beheerskosten bij Reprobel, fifty-fifty verdeeld tussen auteurs en uitgevers.

Voor alle andere kopieeractiviteiten dient er dus nog wél voorafgaandelijk toestemming aan de auteur of uitgever te worden gevraagd. Reproducties voor commerciële doeleinden, of het kopiëren en inscannen van gehele werken - ook al zijn ze bestemd voor onderwijsdoeleinden - vallen dus NIET onder deze reprografie-uitzonderingen. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan, worden onderstaande reproductiehandelingen toegestaan :

  • Kopiëren / inscannen van een volledig artikel.
  • Kopiëren / inscannen van delen uit een boek.
  • Kopiëren / inscannen van een deel van een geografische kaart.
  • Opslaan / printen van webpagina's.
  • Opslaan van een tekst (op computer en/of server).
  • Het afdrukken van een artikel uit CD-Roms.
  • Het kopiëren en nemen van foto's van beeldende kunst.
  • Het kopiëren van bladmuziek, beperkt tot een deel van de partituur.
  • Reproductie van foto's uit boeken of websites.
  • Het opnemen van een deel van een televisieprogramma.
  • Gedeeltelijke of integrale reproductie van een databank ter illustratie bij onderwijs. Behalve de naam van de auteur moet dan ook de naam van de databank vermeld worden.

    (Bij al deze punten dient rekening te worden gehouden met het opschortende karakter van sommige artikelen uit de Belgische auteurswet van 22 mei 2005, in afwachting van een Koninklijk Besluit dat de vergoedingen regelt. Er dient voorzichtigheid aan de dag te worden gelegd bij alle e-gerelateerde reproductiehandelingen zoals inscannen, afdrukken van cd-rom, opennet opname,...)
Aangezien het voor 'andere werken' slechts toegestaan is om fragmenten te kopiŽren zijn opnamen van een volledige film of een integraal televisieprogramma niet mogelijk zonder toestemming van de auteur én het betalen van een vergoeding.

 

uitzonderingen

Het exploitatie- of vermogensrecht stelt de auteur in staat om zijn werk zelf te exploiteren en beschermt hem tegen ongeoorloofde economische exploitatie door derden. In de regel komt het er op neer dat eenieder steeds toestemming moet vragen aan de auteur voor elk gebruik van een auteursrechterlijk beschermd werk (kopiëren, scannen, downloaden, ...). Technologische ontwikkelingen hebben er toe geleid dat het voor auteurs, beheersvennootschappen of andere rechthebbenden onmogelijk is geworden om te controleren of dit steeds gebeurt. Evenmin kunnen overtreders steeds vervolgd worden.

Bovendien dient er vanuit algemeen belang te worden gestreefd naar een een redelijk evenwicht tussen de belangen van auteurs en gebruikers. Het onverkort toepassen van de auteurswetgeving zou o.a. het recht op informatie in het gedrang brengen en kwalitatief onderwijs ernstig bemoeilijken.

De Europese wetgever - zich baserend op de WIPO-verdragen WCT en WPPT (zie hiervoor 'Nuttige Links' elders op deze website) - voorziet daarom in een aantal wettelijke uitzonderingen op de vermogensrechten van auteurs. De Europese Richtlijn Informatiemaatschappij (Richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001) bevat daarom een uitgebreide doch limitatieve lijst van uitzonderingen. De lidstaten mogen zelf kiezen welke uitzonderingen ze in hun eigen wetgeving opnemen, maar ze kunnen geen andere uitzonderingen dan diegene uit de lijst behouden of toevoegen, behalve wanneer het om minder belangrijke uitzonderingen gaat die reeds in hun nationale wetgeving bestond op het ogenblik dat de Richtlijn in werking trad ťn ze enkel analoog gebruik betreffen ťn ze het vrij verkeer van goederen en diensten niet belemmeren.

België paste haar auteurswetgeving aan de Europese Richtlijn aan in 2005. Artikels 21. en 22. van de nieuwe Belgische auteurswetgeving bundelen de restricties op de vermogensrechten van de auteur. Een aantal van die uitzonderingen komen tegemoet aan de noden van docenten, studenten en bibliothecarissen die binnen de onderwijs- en onderzoekscontext gebruik willen maken van auteursrechterlijk beschermd materiaal. Auteursrecht hoeft daardoor niet langer als een ernstige hinderpaal binnen onderwijs of onderzoek beschouwd te worden. Het beschermt enerzijds het door studenten en docenten ontwikkelde auteurswerk en laat anderzijds beperkt gebruik toe van ander auteursrechterlijk materiaal. Er kan worden gesteld dat de nieuwe Belgische auteurswet beter aan de noden van onderwijs en onderzoek tegemoet komt dan voorheen.

Hieronder worden de voor het onderwijs en de wetenschappelijke bibliotheek relevante uitzonderingen vermeld. De mededelingen en reproducties dienen te gebeuren ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek, door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht, in het kader van de normale en niet-winstgevende activiteiten van de instelling. In volgende gevallen is het niet nodig om telkens toestemming aan de auteur(s) te vragen voor gebruik van hun beschermd werk:

  • Het citaatrecht (art.21.§1 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • Het samenstellen van bloemlezingen voor het onderwijs (enkel met fragmenten van overleden auteurs, en mits het betalen van een vergoeding!) (art.21.§2 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • Tijdelijke reproductiehandelingen van voorbijgaande of bijkomstige aard die een integraal en essentieel onderdeel vormen van een technisch procédé, o.a. doorgifte in een netwerk (art.21.§3 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • De kosteloze uitvoering in familiekring of in het kader van schoolactiviteiten (NIEUW !) (art.22.3° van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • De mededeling (terbeschikkingstelling) van collectiestukken van publiek toegankelijke bibliotheken, musea, wetenschappelijke en onderwijsinstellingen, in het kader van niet-commercieel onderzoek en privé-studie. Het moet gaan om werk dat 'op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt'. De reproductie wordt beperkt tot 'een aantal kopieŽn, bepaald in functie van en gerechtvaardigd door het voor de bewaring van het culturele en wetenschappelijke patrimonium gestelde doel' (art.22.8°) van 'niet te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen werken (art.22.9° van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
    'De materialen die aldus worden vervaardigd blijven eigendom van deze instellingen, die zichzelf ieder commercieel of winstgevend gebruik ervan ontzeggen' (art.22.8° van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
    Het werk mag bovendien uitsluitend 'via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen' (art.22.9° van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005) raadpleegbaar zijn. Onbeperkte toegang via het internet valt dus niet onder deze uitzonderingsmaatregel.
  • Uitleningen 'wanneer dit geschiedt met een educatief of cultureel doel door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht' (art 23.§1 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005). Voor de uitlening van geluids- en audiovisuele werken geldt in prncipe een sperperiode van 2 maanden (na de eerste publieke verspreiding van het werk in een land van de Europese Unie).
  • Reproductie op papier van wettig openbaar gemaakte databanken, enkel voor privé-gebruik of ter illustratie bij onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (art.22bis van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • De reprografieregeling voor het onderwijs (art.22.4°, 4°bis, 4°ter van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • Mededelingen in een gesloten netwerk. Hieronder vallen de netwerken met toegangsidentificatie, zoals elektronische leeromgevingen, al bepaalt de wetgever niet heel duidelijk wat precies onder 'gesloten transmissienetwerken' wordt verstaan. De mededeling mag geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het werk en de bron (naam van de auteur) dient steeds te worden vermeld tenzij dit niet mogelijk is (art.22.4°quater van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005).
  • De kosteloze uitvoering tijdens publieke examens wanneer dit gebeurt ter beoordeling van de uitvoerder (art.22.7° van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005). Ook hier geldt de beperking op de reprografieregeling i.v.m. het kopiëren van bladmuziek!

Deze (en alle andere) uitzonderingen op de exclusieve rechten van auteurs zijn van dwingend recht . Zij kunnen niet door contractuele bepalingen tussen rechthebbende en gebruiker teniet worden gedaan behalve 'wanneer het werken betreft die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld op grond van overeengekomen bepalingen op zodanige wijze dat leden van het publiek daartoe toegang hebben op een voor hen individueel gekozen plaats en tijd' (art. 23bis van de Belgische auteurswet van 22 mei 205). Hiermee bedoelt de wetgever werken die via on demand online diensten ter beschikking worden gesteld, en dus niet alle terbeschikkingstellingen via het internet.


 

vergoeding

Wie gebruik wil maken van de uitzonderingen op het absolute recht van de auteur om toestemming te geven voor het gebruik van zijn/haar werk moet daarvoor betalen. Artikel 55 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005 bepaalt immers dat 'de auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken recht hebben op een vergoeding voor de reproductie voor eigen gebruik van hun werken en prestaties'. De artikelen 59, 61bis en 61ter herhalen de verplichting tot vergoeding als iemand een beroep doet op de andere uitzonderingen. 'De vergoeding wordt betaald door de fabrikant, de intracommunautaire invoerder of aankoper van dragers die kennelijk gebruikt worden voor het reproduceren[...].

De wet voorziet in terugbetaling van die vergoeding aan bepaalde categorieŽn van fysieke personen en rechtspersonen, zoals aan 'erkende onderwijsinstellingen die geluidsmateriaal en audiovisueel materiaal gebruiken voor didactische of wetenschappelijke doeleinden' (art.57.5° van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005) zoals openbare, hogeschool- of universiteitsbibliotheken.

Artikel 23 van deze auteurswet bepaalt dat de auteur de uitlening van 'werken van letterkunde, databanken, fotografische werken, partituren van muziekwerken, geluidswerken en audiovisuele werken niet kan verbieden wanneer die uitlening geschiedt met een educatief of cultureel doel door instellingen die daartoe door de overheid officieel zijn erkend of opgericht'. De wet voorziet ook in een vergoeding ingeval van openbare uitlening (art.62, 63, 64). De verdeelsleutel van deze leenvergoeding tussen auteurs en uitgevers wordt vastgelegd in een 70/30-verhouding (art64.ß1). In geval van uitlening van geluids- en audiovisuele werken 'wordt de vergoeding verdeeld tussen de auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten naar rata van een derde voor elk' (art64.ß2). Bij gebrek aan de nodige uitvoeringsbesluiten zijn deze vergoedingsregelingen nog steeds niet van kracht.

Indien een onderwijsinstelling (of andere werkgever / organisatie / ...) de vermogensrechten van een niet-werknemer wenst te verkrijgen, moet dit in een overeenkomst worden vastgelegd en dient eveneens een vergoedig te worden betaald.


 

vermogensrecht

Op grond van het auteursrecht bezit elke auteur vermogensrechten, morele rechten en distributierechten. Vermogens- of exploitatierechten stellen de auteur in staat om zijn werk te exploiteren en te commercialiseren.

Zo is er steeds schriftelijke toestemming nodig (een mondeling akkoord telt niet! ) van de auteur of van zijn/haar beheersvennootschap om het beschermde werk te mogen gebruiken voor verveelvoudiging.
De auteur kan bij het verlenen van die toestemming voorwaarden opleggen: zo kan hij/zij een vergoeding eisen of beperkende gebruiksvoorwaarden opleggen. Ook deze dienen in een schriftelijke overeenkomst te worden vastgelegd.

De vermogensrechten berusten dus steeds bij de originele auteur. Indien het werk tot stand kwam in uitvoering van een arbeidsovereenkomst of (ambtenaren)statuut kan de opdrachtgever / werkgever enkel over dit recht beschikken 'voor zover uitdrukkelijk in die overdracht van rechten is voorzien en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt' (art.3.§3 van de Belgische auteurswet van 22 mei 2005). Cursusmateriaal, websites gemaakt binnen de taakomschrijving en tijdens de werkuren, artikels en dergelijke vallen alzo onder het nu geldende auteursrecht waarbij de werknemer alle rechten op zijn creatie behoudt.
De vermogensrechten omvatten:

  • het reproductierecht
  • het publiek mededelingsrecht

In het kader van het algemeen belang en de toepassing van het recht op informatie voorziet de wetgever een aantal uitzonderingen op het exploitatie- of vermogensrecht.

 

 
Uit volgende bronnen werd voor het samenstellen van deze verklarende woordenlijst geput en/of geciteerd:

 
Belgische Senaat: vraag nr. 3-570 van mevrouw Lizin d.d. 19 december 2003 (FR): Auteursrechten en naburige rechten. Harmonisering. Omzetting van artikel 34 van de Europese richtlijn. Bescherming van de openbare bibliotheken en mediatheken in België. -Vragen en Antwoorden. - [Brussel, 2003-2004]
in: Bulletin 3-9, Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers. -
http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/
viewPubDoc&TID=50334178&LANG=nl
 
Carly, M., Onderwijs en auteursrecht: waar komen ze elkaar tegemoet?. - in: ICT en Onderwijsvernieuwing, 12 (2006); p. 15-55.
 
Carly, M., Janssens, M-C.; Auteursrecht in de academische context. - [Leuven, 2007]
http://www.law.kuleuven.be/cir/publications/
auteursrecht_academische_context.htm
datum laatste update: 11 oktober 2006
datum laatste raadpleging: 22 mei 2007
 
Deene, J., Auteursrecht & Bibliotheken
Presentatie op 23 oktober 2007 (Berchem) op de VVBAD-studiedag 'Magda? Auteursrecht, wat mag wel, wat mag niet?' (Vakgroep Muziekbibliothecarissen).
 
Dekeyser, H., Digitale archivering: auteursrecht, technische beschermingsmaatregelen en wettelijk depot. - Antwerpen: Expertisecentrum David vzw, april 2007. - 80 p. - In samenwerking met ICRI, KULeuven en IBBT.
 
Van Baelen, C., Mediarecht: juridische aspecten van het boek en gedrukte media. - Gent, april 2006. - 15 p. - Lessenreeks in het kader van de opleiding Graduaat Bibliotheekwezen en Documentaire Informatiekunde aan de Bibliotheekschool Gent (Sint-Amandsberg).
 
Van Borm, J., De auteurswet en de bibliotheek. - in: Bibliotheek- & archiefgids, 82 (2006) 1; p. 15-24.
 
Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse Taal. - Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie, 1992.
 
Verdrag van de WIPO inzake uitvoeringen en fonogrammen (WPPT) - GenŤve (1996). -
IN: Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, NL, 11.4.2000; L89/15
http://www.ip-law.be/Lois/WPPT.NL.pdf
 
Vervenne, D., Hoe regel je de rechten voor het realiseren en vertonen van audiovisuele producties (16 mei 2007). - [Brussel, 2007]; 4 p.;
Dit artikel werd op vraag van VOWB vzw geschreven door een medewerker van de juridische dienst van SABAM en is in pdf.-formaat te raadplegen via
http://www.vowb.be/documenten/2007/2007-05-16.SABAM_AVM_auteursrecht.pdf
 
Werkers, E; Dekeyser, H., Digitaal Depot - Auteursrechterlijk luik: stand van zaken. - Antwerpen/Leuven: Expertisecentrum David vzw, 20 oktober 2006. - 49 p.
 
Wet houdende de omzetting in Belgisch recht van de Europese Richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.
De wettekst is terug te vinden op de webversie van het Belgisch Staatsblad via:
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/api2.pl?lg=nl&pd=2005-05-27&numac=2005011236
 
http://nl.wikipedia.org/wiki/ (De online encyclopedie Wikipedia, voor de lemma's intellectuele eigendomsrechten, copyleft, creative commons, Wereldorganisatie Intellectuele Eigendom,...)
http://www.boip.int/nl/generalAboutUs.html
http://www.bvergoed.be/frame-nl.htm
http://www.reprobel.be/
http://www.copyleft.be/
http://www.unizo.be/viewobj.jsp?article=10014>
http://www.uradex.be/NL/Algemeen.html
 
Copyright © Vlaams Overlegorgaan inzake Wetenschappelijk Bibliotheekwerk vzw
URL: http://www.vowb.be | Laatste wijziging: 28-09-2009